verhalen

Eén dak, vijf generaties en een oorlog

Het huis waar ik in opgroeide heeft een belangrijk verhaal dat nog niet verteld is. De rol die het speelde tijdens de Tweede Wereldoorlog is van essentieel belang geweest. Het was een huis waar onderduikers, verzetswerkers en geallieerden terecht konden om te schuilen voor de Nazi’s. Daarnaast speelden mijn grootouders een belangrijke rol in het verzet. Mijn grootvader werkte in het gewapend verzet in verband met onder andere de O.D., K.P., R.V.V.

Mijn grootmoeder was naast koerierster voor mijn grootvader ook belangrijk voor het Kinder Comité in Utrecht.

De oorlog staat in groot contrast met mijn jeugd die zorgeloos was. Ik ben de vijfde generatie die in het huis opgroeide. Als ik de verhalen niet doorvertel zullen ze verdwijnen in de tijd.

In 1981 overleed mijn grootvader. Mijn vader was toen pas 24 jaar oud. In de kelder vond mijn vader een loden kist. Toen mijn vader de kist openmaakte zat er een boekenkist in. Echter zaten er in de boekenkist geen boeken maar tal van wapens en munitie. De oorlog was wel over, maar niet voor mijn grootvader. 


In groep 8 van de lagere school vertelde mijn grootmoeder voor het eerst en voor de laatste keer over de oorlog. Ze wilde er nooit over praten namelijk.  Omdat de klas naar het huis kwam om te kijken naar 'het luik' waar de onderduiders verbleven, wilde mijn grootmoeder onder grote druk van mijn vader, toch haar verhaal doen. De spanning was die dag te snijden in huis. Mijn vader had namelijk een voicerecorder op de kast gelegd om haar verhaal op te nemen. Daardoor kan ik haar verhaal, en die van haar zus, nog eens luisteren. En jullie nu dus ook. 

“Wat in Godsnaam kan ik hier tegen doen? Je wist niet wat. En toen kreeg ik via mijn jongste broer contact met Jo van Koeverden. Jo van Koeverden kwam uit Buren in de Betuwe.

Zij hadden een boerderij en een zender."

 

Het wordt een van de nuttigste besprekingen, die ik waarschijnlijk in m’n hele illegale loopbaan heb meegemaakt. Hoog gaat het direct van de toren. “Der Krieg ist für Ihnen verloren, und wenn Sie dasz gut verstehen, können wir reden.” Vroeg ik Herr Macumenius tot driemaal, niet met m’n vriendelijkste blik toe. En hij wil praten. Het wordt zelfs een prettig onderhoud.

Na een vrij lange gedachtewisseling komen we tot het volgende accoord: M. moet de zaak demonteren, doet hij dit niet, dan komt er een ander en die doet dit waarschijnlijk wel. Na het demonteren zal hij alle machines (speciaal Pegus) opbergen en precies opgeven waar een en ander blijft. Dit alles zodanig dat het met vakmensen weer in drie tot zes weken te herstellen is. “En Uw tegeneis?” vraag ik, U begrijpt ik kan U een en ander aanbieden.

“Ik doe dit in ons beider algemeen belang, in de hoop het mijne tot een vriendschappelijke samenwerking van onze beide volkeren bij te dragen. Ik wil hier niets voor hebben”, was het antwoord, dat mij zeer trof, van deze inderdaad Duitsche “Heer”.

 

- Jo de Jager (Jo van Koeverden)

Schimmenrijk

"De Duitsers loerden op ons. Om de tweehonderd meter lagen die moffen op de dijk. Ik moest op ze letten. Ik kende het terrein - de uiterwaarden - als mijn broekzak. De roeiboot waarmee we het deeden, lag aan de krib. Dat de Duitsers dat konden zien? Jawel, maar de Duitsers kwamen niet in de uiterwaarden. Daar konden ze immers beschoten worden door de Engelsen. Wij ook trouwens"

De Waal was tijdens de Tweede Wereldoorlog een rivier die de grens naar de vrijheid bewaakte. In het diepst van de nacht ontstond er een beweging die zijn uiterste best deed om zoveel mogelijk mensen naar de overkant te brengen, naar het bevrijde Zuiden.


De titel Schimmenrijk refereert naar de Griekse mythologie waarbij het het Schimmenrijk de plek is waar de doden verbleven na de dood


De nachtfoto's zorgen voor een romantisch, esthetisch beeld. Dit in combinatie met citaten van de waalcrossers, de mannen die de Waal overstaken om mensen naar de vrijheid te brengen, zorgt voor een contrast. 


"Dat jij het deed, ging je ook niet tegen iedereen zeggen. Als de Duitsers er achter kwamen, ja dan werd je meegenomen. Je ging er gewoon niet mee te koop lopen dat je dat deed."


I Know What You Are Thinking

Met ‘I Know What You Are Thinking’ onderzoek ik de grens van neurowetenschap. Hoe ver gaat het controleren van ons brein en waar ligt de grens als het gaat om ethiek.

Het lezen van het brein neemt een steeds grotere rol in ons dagelijks leven. Het wordt al op allerlei manieren toe gepast. Zo is er Neuromarketing en wordt het gebruikt als leugen detector. Maar hoe betrouwbaar zijn deze technieken, en zijn we straks nog wel verantwoordelijk voor ons gedrag? Er zijn veel vragen op dit gebied maar het lijkt erop alsof niemand zicht daar mee bezig houdt. Ga jij de controle verliezen?

 

"Je denkt een eigen wil te hebben; dit is een illusie"


"Deze scanners geven mij de mogenlijkheid om jouw gedrag te voorspellen, te verklaren en te bepalen"